Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•OUD-HOIvIvANDSCHE WINTERAVOND

De winter vriest de luchtstulp ijl

en wademt blauwe nachten;

geen bosch verwalmt, geen polder doomt,

kristaal-hard zijn de grachten;

dan is 't in Holland koud en stil, de turf riekt in de dorpen en 's avonds heeft op 't vriezig raam het turfvuur gloed geworpen;

de lucht wordt noordsch dan, guur en hol; de glaas'ge hoorn van 't maantje zit als een scherfje geel citroen en gluurt op laan en baantje;

dan blauwt de zilver-tinnen gracht waar 't schaverdijnt je op blikkert: ei, telkens glimpt een straffe flits die 't spieglend ijs weerflikkert;

want 't ijs glinst glad in kil en sloot; de schaverdijnen gieren; langs strakke schuit en koolzwart bies de schimmen schommlen, zwieren;

ze snorren onder 't wrak gewelf van een verbrokkeld brugje, of scharr'len langs den bochtgen wal met lachjes en met kuchjes,

Mchtera na '80. 7

Sluiten