Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MAAN DIE WANDELT

De Maan die wandelt in den hof, den hof verlaten leege, waar niets dan onkruid zwart komt de sluimerdoode wegen.

De Maan die wandelt in den hof blauw-groene in 't zwarte groene, waar dolik staat en 't hulstgeblaart kriel-krauwt lijk schorpioenen.

De twijfel-klaarte zijpelt langs het duizendschubbig loover, de Maan omwaduwt heel den hof met angstig traag getoover.

En niemand ziet of dat ze staat of dat ze gaat of roeret, zóo ze in de mooring van de lucht door 't nachtgesluier loeret.

En langs de wegen schuins gekruist kruip-kronkelen lijk slangen, de schaduwen van 't takkennet dat houdt de stilt' gevangen.

De Maan die wandelt in den hof rondom de blauw struweelen bezwerend elke bloem, elk blad met nevelglanzig streelen.

(Uit: De Getijden.)

Sluiten