Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRANQOIS PAUWELS

DE WEEZEN

Een rein geluid uit jonge kelen klinkt door den stillen avond heen, de meisjes van het weeshuis zingen maar van de zangsters zie ik geen.

De linden, de seringen geuren, de zwoele. Mei is bloeiensmoe en uit den diep-lazuren hemel lacht mij de maan weemoedig toe.

De meisjes van het weeshuis zingen, ik luister eenzaam naar hun lied, een groot verlangen voel ik in me, maar wat ik wil, dat weet ik niet.

Ik denk aan zwartgekleede meisjes, aan kindren met een bleek gelaat en hoe bedeesd een rij van weezen wel somtijds door de straten gaat;

ik denk aan hooge, naakte zalen, aan wi tte bedden naast elkaar

en 't is met droefheid dat ik droomend naar d' onbegroeide muren staar.

Sluiten