Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kou haal je in 1" lacht de ingehaalde ; „ „Geur van kou 1" " verzekert vader ; Immer hoflijk als een bruigom, Schuift hij moeders stoel al nader.

„Eerst me ontdoen van de opperkleêren, En — de lamp op ; sluit de luiken, Beste jongen! Grage magen Willen Tafelsprookjes ruiken."

„Moedershulp" had schuif gordijntjes Afgelicht en weggehangen, Valgorcüjnen laten zakken Over 't liedje van verlangen, —

Dralend sluit ik; weg het maanlicht ? Sneeuw- en boompracht ? glanzig water ? Maar een ziertje mag 'k nog smokk'len, Bouten opslaan — vlei ik — later ?

Onverbiddelijker bouten Zijn er sedert vastgeslagen, Zusje! ook op de levensluiken — Maar iets keert er uit die dagen:

Zooals bedtijd toen verzoend werd Door weêr lui'en uit dien toren — Negenuurklok, die nog immer In Sintjan's-stad zich laat hooren —

Zoo ook luidt er aan den avond, Donkere' avond van ons leven, Nog een sprookjesklok, een feestklok Uit verloren lichte dreven.

Sluiten