Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WERKING DER MUZIEK

Wat is mijn hart toch. Wanneer gij, o klanken, Mij met 't geluid overspuit Uwer spranken ? —

Is het een gaarde,

Waar bloemen, die bloeien,

Door 't felle steken der zon bezweken,

Van dorst verschroeien ? —

Is het een bloemperk,

Waar goudgele bijen,

De geuren stelen der paarsfluweelen,

Violen-reien ? —

Is het de boekweit,

Waar hommelhorden,

Wit bestoven van 't bloemenrooven,

Gonzende snorden ? —

't Mugje, dat zingend,

In de orchis gedoken

Vast er bleef kleven en moet sneven,

De oogen geloken ? —

Wellicht een beek.

Zoo snel aan 't vlieten,

Dat boschanemonen en duizendschoonen

Weerspiegeld verschieten ? —

Sluiten