Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is het een meer, Een kristallijnen,

Waarin de sterren, dichtbijrijnde en verre, Verdubbeld schijnen ? —

Een waterval soms, Tusschen de rotsen

Voort zich wringend en vroolijk zingend Met spattend klotsen ? —

Is 't een fontein, Zilverkolom,

Opwaarts bruisend neerwaarts ruischend, Fonklende alom ? —

Neen, 't is de zee ! Waarover henen

Stemmen schateren en zuchten klateren Met lachen en weenen ! —

ABDIJ

In Dale staan de resten Van de eeuwenoude abdij ; De vogels bouwen er nesten, De distels groeien er bij ; Maar wat er niet meer groeien wil En wat er niet meer bloeien wil, Dat zijn de vroolijke nonnen, Die eens er lijnwaad sponnen.

Sluiten