Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Makker, wind, ik wil u kennen, die daar schonden doet de dennen, die het meervlak streelend raakt, waar de wolken blank in spieglen, als geëindigd is het wieglen en het water blinkt en blaakt.

Makker, wind, wil op uw reizen aan den stillen zwerver wijzen Ueflijkst oord in schoonste streek, waar de dagen licht en lang zijn, waar valleien vol van zang zijn, waar de maan schijnt hoog en bleek,

Waar hij in den nacht kan staren hooger dan waar wolken varen, waar hij zien kan vonk en vuur van de sterren, die in 't donker met een rusteloos geflonker schijnen voort van uur tot uur.

Totdat Eoós weer gaat blozen, als zij rijst uit bed van rozen, aan de kimme zacht ontbloeid, en de vooglen hunne veeren strijken glad en kwinkeleeren zang waarin de zon al gloeit.

Makker, wind, wil hem geleiden door de wouden, langs de heiden, wereld-ver in tij na tij, tot waar 't leven licht en bhj is, liefde's lach voor u en mij is, als het lijden is voorbij.

Sluiten