Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Makker, wind, mijn sterke voeten zullen ver mij dragen moeten, want de wereld is zoo groot. Zwerven zal ik steeds beminnen, iedren dag mijn tocht beginnen, zingen tot mij roept de dood.

(Uit: Zonnewende.)

Uit : MORGENROOD

O Aarde met uw prachten van ravijnen uw bergen en uw dalen, goud-bezond, uw rozen met den gloed van donkre wijnen, en met uw kindren, ravenzwart of blond, bij 't rinkel-bonzen van de tamboerijnen dansen zij zwierig ginds in d' avondstond, terwijl in 't Noord op dansmaat van schalmeien zij 't leven vieren, wieglend in hun reien.

Schoon zijn uw wouden, Aarde, en uw rivieren,

uw heide-velden en uw duinenrij,

waar overheen de vogelvluchten zwieren,

te morgen, middag of in 't avondtij.

Schoon ruischt de wind door 't loof der populieren,

schoon drijft het witte wolkje aan 't oog voorbij,

en menschenkindren zingen bhj hun zangen,

want in hun hart daar leeft het oud verlangen.

Schoon zijn uw landen, Aarde, en ook uw zeeën, uw wolkenstoeten in verzameld heer, schoon zijt gij, schoon, wanneer goudbundels gleeën van zonnevuur, warm gloeiend tot u neer,

Sluiten