Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GIZA RITSCHL

UIT: NIEUWE VERZEN XVI

Hij naderde, doch wij raakten elkaar niet aan.

Ik luisterde, bleef roerloos staan.

Toen viel een zware droom op mijn oogen,

ik zag niets meer, mijn ziel was gebogen.

Door de zachte woorden die hij innig sprak,

werd alles teer in mij, het ruwe brak,

Van toen af was mijn gedachte daar,

waar de blijdschap steeg en de smart kwijnde.

Eindelijk, eindelijk is het ruwe ten einde.

XXÏI

Niemand kon mijn ziel zoo teeder treffen als gij, mijn lief.

Niemand kon mijn gedachte heffen

als gij, mijn lief.

Mijn liefde-stralen gaan niet verloren, mijn hef.

Gij zijt mijn wereld, ik er in pas geboren, mijn Hef.

Sluiten