Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ J

ANNIE SALOMONS

y—■— li

VERLANGEN

Ik droom van bergen, die ten hemel reiken, Bedekt met sneeuw, rein als een kinderziel. Ik droom van bosschen, donker, ondoordringbaar, Waar nooit een enkle zonnestraal in viel. Van meren, diepblauw als der liefsten oogen, Die tot zich trekken met een wondre kracht, Waar zachtjes gondels over heene glijden, En liefde droomt in mooie manenacht.

Mijn leven gaat door donker-grijze straten Met drukke menschen, altijd droef en druk. Maar in mijn hart klaagt al maar dat verlangen Naar 't verre land van zuiver-stil geluk.

(Uit: Verxeit.)

ENFANT DE BOHÈME

Er wroet in mij de donk're zwerverstrek,

Die dreinend voort me drijft en nooit laat rusten,

Zoodat 'k al reikend, weer de handen strek

Naar verder-wenkend heil en hel're lusten,

Als juist een fier geluk,' den trotschen nek

Tot me over-buigend, mij de lippen kuste.

Sluiten