Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zong van minnevreugde en minnesmart,

Maar nimmer, moeder, loofde ik uwe zorgen;

Want, als de rusteloos-bewogen zee,

Die, golf bij golf, wielt lichte schelpen mee,

Maar paarlen houdt in stillen schoot verborgen ....

Zóó draag 'k mijn dank voor u diep in mijn hart.

(Uit; Verzen, Tweede Bundel.)

ZWERVERS

Twee zwervers door de landen van het leven, Soms met een lach, meest met een matte pijn; Twee wankle zielen, rijk-begaafd in schijn, Maar 't onontbeerhjkst was hun niet gegeven.

Zij zag zijn voeten wond, zijn lippen bleek. En heeft hem zacht gewasschen en verbonden, En wijl zij vreemd en stil-ontroostbaar leek, Hebben ze woordenloos elkaar gevonden.

En éenen lichten avond lag zijn hoofd In haren schoot en streelde hij haar handen, En éenen avond hebben zij, gestranden, Wien 't wisslend zoeken alles had geroofd, In levens schoone heiligheid geloofd.

Maar met den ochtend zijn ze weer gegaan, Twee moede zwervers door het wijde leven, En van hun teerheid is alleen gebleven Dë ijle weemoed om een schoonen waan.

(Uit: Nieuwe Venen.)

Sluiten