Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DOOD

Die eens uw vreemde oogen zag, Die eens uw starend stillen lach,

Als van een wachtend bondgenoot, In zijn ontroerde ziel vond waken — Hem laat ge aan 't leven niet alleen, Van hem gaat gij nimmer meer heen

O milde stille dood! Zijn blijdschap weet u aan te raken,

Hij weet u in zijn macht en nood — En in een bloem, die opengaat En ieder zacht, zielslief gelaat En ieder stralend dagen — och

Hij weet u toch ! hij weet u toch !

Eens kwaamt ge — een vreemde, en toch verwant, Eens voelde ik aan mijn hart uw hand

En groeide wonderlijk en groot Uw schaduw voor mijn blinde oogen — Eens, met het zinkende getij Van liefde en jeugd, kwaamt gij naast mij

O milde stille dood ! En, droomend door uw beeld bewogen,

Wist ik, dat zich mijn einder sloot — Wist ik van dag en duisternis En al wat onherroeplijk is — En wat ik werkte en wilde — och

Ik wist u toch ! ik wist u toch j

Sinds vond de zon u bij mij staan, En gaaft gij mij de uren aan, En reiktet gij mij 't avondbrood,

Sluiten