Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENZAAM HUISJE

Het eenzaam huis jen in de stille laan

Staat immer nog als in voorbije tijden,

Oud en verscholen achter eikenblaan

Waardoor het schaarsche hcht, tonig gaat ghjden.

En nu wij arm in arm poozende gaan In kleinen tuin waar wij ons vaak vermeiden Met spel en droom, blijven wij peinzend staan En lachen tot elkaar in zacht verblijden.

Nog immer rankt de kers tegen den muur En rond de vensters waarvan groene ruiten Als vroeger in dit stemmig avond-uur De glanzen vangen van den schemer buiten ....

En sprakeloos gaan stil ontroerd wij heen Blijde en weemoedig om een Hef verleên.

EEN GEUR VAN VOCHTIG GRAS

Een geur van vochtig gras en van seringen

Gaat in mijn kamer dringen,

Waar 'k zit bij 't hooge raam en hoor

Naar regenslag, die ruischt aldoor,

Gelijk een onverbreekb're stroom,

Op. d' ouden lindeboom.

En de verveling van de grijze dagen Hoor 'k in den regen klagen, Die pletst met monotoon geluid Op weg en heg en dak en ruit En maakt van donkere aarde en gras Een slibberig moeras.

Sluiten