Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar verzen zijn méér dan wat möoie woorden Voor die gewoon zijn met hun ziel te leven: Zij voelen achter hun bewegen, 't zweven Der lichte schreden, die zij zelf vaak hoorden En zien den goudglans, die om 't hoofd der Goden Nog lang na-lichten bleef, nadat zij vloden.

SOMS HOOREN WIJ . . .

Soms hooren wij in ons een vogel helder fluiten

Uit zuiv're zingenslust Dat wij als onbewust beide oogen mijm'rend sluiten.

In blijde rust.

En droomen van nog nooit geziene schoone streken

Zoo ver eens, dan nabij Alsof voor ziel en zinnen harde wanden weken

Door tooverij.

HERINNERING

Een stille kamer in teer blond getemperd licht

van lamp met gelen kap ; wat half-verwelkte rozen,

Oude portretten en gravuren vroom gekozen

En bij de tafel haar zoo bleek, vertrouwd gezicht.

De warm-tonige kast, verzakt door boeken wicht Een rieten leunstoel, noodend droomend te verpoozen, De vroede hangklok altijd tellend 't eindelooze En door 't geopend raam, het land'lijk vergezicht.

Sluiten