Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er waait een geur van lente over 't land, Een reuk van zwarte aarde en knoppend groen, tusschen de wilgen aan den waterkant Zingt weer de eerste lijster van 't seizoen.

De boomen beven in de lichte lucht En zwaar van tranen worden mijn gedachten, Wij blijven altijd weer den zanger wachten, Die schaatrend jubelt als de winter vlucht.

Mysterie van het leven en den dood : Een andere vogel, die hetzelfde lied Dang, lang geleden voor de dooden floot; Alleen de lente weet van sterven niet.

En we zien bang den nacht die komen gaat In 't grauwen van de vale najaarsdagen, Maar onzen morgen zien we heerlijk dagen In 't kiemen van het nieuw ontloken zaad.

En bij het graf waarin de moeder rust, Die ons het eerst en teerste heeft bemind, Worden de tranen haastig weggekust Door 't zonnig lachje van ons eigen kind.

Het is de wind, die langs het venster gaat, De schijn van 't late lamplicht op den muur, Het is de weemoed van een eenzaam uur, 't Geneurie van een liedje op de straat ....

(Uit: HoUand.)

Sluiten