Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- DE DICHTE, LATE DAGEN

De lichte, late dagen,

Die gaan in gouden schijn,

Alsof zij glories dragen

En bleeke heilgen zijn,

Met blanke handen gevouwen,

Met oogen zoo vroom en klaar

En over de mantelvouwen

De stroomen van 't blonde haar.

Tusschen de berkeboomen Schemert het wit en goud, Van purpren kleederzoomen Ritselt het eikenhout; Hun zilvrige, wazige waden, Die rijten de doornen vaneen, Die fladdren als najaarsdraden Ver over de duinen heen.

Hun wijde reien glijen Stil met de golven mee, Die worden nevelwei^n Al waar hun sluier gleê; En ver in de verte dragen De golven een gouden schijn: De glories der late dagen, Die bleeke heilgen zijn.

(Uit: Verzen.)

Sluiten