Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n 1 ■

1 JEANNE REYNEKE VAN STUWE I

O , ■

HET GRIJZE EAND

Het grijze land is, in den avond, stil. . . In starre, doode rust ligt het te kwijnen. Vervaagd in 't vochtig misten zijn de lijnen . . . Het grijze land is eenzaam, triest, en kil.

In 't verre, diepe donker, waar verdwijnen

De huizen-vormen in het zwart, daar wil

Een licht soms trachten, om, in flauw getril,

Door 't somber scheemren, pinkend, heen te schijnen.

De dag traagt weg, loom, zonder scheidenswil. Tot luideloosheid stierven de geruchten. En in den doffen mist, die grauw en dicht,

De kleuren uitwischt en verwazigt, hgt,

Wijd, onder 't zwaar gewolk der zwarte luchten,

Het grijze land, verlaten, koud, en stil.

OUDE BOOTEN

Als doode rompen dolen de oude booten, Ontredderd, wrak, op 't rimploos water rond. Vocht-donker is hun kleur, zwart als de grond, Die ver zich strekt, ter weerszij van de slooten.

Sluiten