Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DE RIEMEN

Heia, gij mannen ! Laat kaatsend in de echo weêrschallen

ons heia!

Met stralend gelaat heeft de heerscher der wijd omvloeiende zee

De waat'ren tot kalmte geëvend, de stormen gestild,

dat gedwee

De in zwervende stuwing bedwongene golven verglijden ter ree!

Heia, gij mannen ! Laat kaatsend in de echo weêrschallen

. ons heia!

In dansende deiningen trille op den maatslag der riemen

de kiel,

Nu geve ons de vrede der luchten, die lachend op

't watervlak viel, Voorspoedige vaart, en het zeil heeft de dringende windkracht tot ziel!

Heia, gij mannen ! Laat kaatsend in de echo weêrschallen

ons heia!

Nu klieve onze boeg door de baren, in wedijver met den

dolfijn,

Gestuwd door uw spannende pezen, al kraakt ze in de

binten van pijn, Wij trekken van 't wielende zog over 't zeeveld een

eindlooze lijn !

Heia, gij mannen ! Laat kaatsend in de echo weêrschallen

ons heia!

Al danst ook de Phorcysche rei op de golven : wij nogmaals heia !

Al schuimen de vloeden, omwoeld door de spanen : wij

nogmaals heia!

En immer herhalen de rustlooze stemmen ter kust:

nogmaals heia

Sluiten