Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe dat ik thans alleen voor allen schijn Machtig in zang en rijk in zooveel dicht, Ik, die hiervóór zoo arm was en zoo leeg ?

Immers alleen omdat ik u verkreeg; Want thans werd zang om u mijn staege plicht, En u bezingen is groot dichter zijn.

XEI.

De koopman zit op zijn kantoor en somt

Bij 't walmend licht der lamp de winst van 't jaar: Hij telt zijn posten preev'lend bij elkaar

En cijfert, tot zijn rug zich dieper kromt,

Als de balans niet sluit. Hij peinst en gromt, Half-binnensmonds en met verstoord gebaar Telt hij opnieuw, ontstemd om 't zoeken naar

Een cijfer-cent, die niet te voorschijn komt.

En al zijn winst vergeet hij, niet tevrêe

Voor 't vinden van het cijfer van een cent — Zijn kast is vol met hoopen klinkend goud : —

Ik ben bevreesd, dat ik soms óok zoo deê, En centen-cijferend mij heb ontwend 't Gouden geluk te zien dat 'k overhoud.

(Uit: Verzamelde Gedichten 1889.)

Dichters na '80.

10

Sluiten