Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woelt mijn geest en wendt Waar geen lichtpunt blinkt, Wand aan wand belendt, Schacht in schacht verzinkt.

Open schal mijn klank Nu èn berg èn cel, Dat hun grondvest wank Voor mijn maatvast spel.

AAN HET GRAF VAN NAPODEON.

Voor K. . . . . W. . . .'. .

Het bronzen donker van de karyatiden Glanst dof terwijl ik sta in 't diep portaal Waar Hij, onder den Dom van de Invaliden, Trofee-omringd rust in zijn ronde zaal.

Ik stijg omhoog : de palmen en de kronen . Betreed ik — inlegwerk in witte vloer —, Buig me aan de balustrade en zie Hem tronen: Daar in die tombe houdt hij open koer.

Gesleep van voeten en gegons van duizend ^ Gesmoorde stemmen en elks bleek gezicht Omlaag gewend : als golf op zeestrand bruisend Zwelt en valt af de volte in 't schemerlicht.

„Mijn asch ruste eens aan de oevers van de Seine" — Zei hij — „temidden van dat fransche volk Dat ik zoo minde''. En 't standbeeld van Turenne, Ginds aan die wand, maakt van elks hart zich tolk.

Sluiten