Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eiland in de rijp bloeide om u heen,

Van witte bloesem stondt gij oversprinkeld :

U het het Knaapje, op de ar gewipt, alleen,

Gij staart hem na, die juicht, daar 't belpaard rinkelt.

Bloeide nochtans daarna het wonderrijk Niet altijd bhinker blijder in uw droomen ? Zangriger voertuig nam met u de wijk : Wat vriendlijk voerman vierde daar de toornen !

Verlaten waart gij nooit, en half maar blind, Zoo half als wij nu, die in nevel waden : Hoe dichter voor ons oog de nacht begint Hoe zoeter we in ons hart haar vormen raden.

(Uit : Het Zichtbaar Oeheim.)

10*

Sluiten