Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En zoo, waarom de wereld strijdt

U immer is onttogen, En zoo gij zucht en zoo gij lijdt

Gebukt, met brandende oogen,

„U is de nnjmring, die verzoet

Des levens bittere zorgen, U is de droom die opendoet

't Verleden en het morgen,

U is de troost, u is de rust Dat droomen troost, te weten

En als rnijn mond uw voorhoofd kust Is al uw leed vergeten,

U is de vlucht in 't tooyerland Der sprookjes en der zangen,

Waar bloeit de roode bloeme van 't Onleschbare verlangen.

Maar ieder die is ingeleid En heeft die bloem erkoren

Heeft hiermee 's werelds heerlijkheid Voor eeuwig ook verloren.

Wees dus getroost en niet geklaagd

En ken uw eigen vrede; 't Geluk dat gij der wereld vraagt

Draagt gij in 't harte mede."

STADSGRACHT Heel voorzichtig schuift de maan

Dangs de spitse daken Of zij vreesde dat zij aan

Een zou bhjven haken : Op de keien, scherpgekant, Schaduwt zwaar de gevelrand.

Sluiten