Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Flauw mag scheemren, voor 't gezicht,

Door de kleine ruiten Van de zolderkamers 't licht

In den nacht naar buiten — Even nog — en niets, hoe 't zij Breekt meer 't grauw der huizenrij.

't Dof gebons der klokken slaat

Dreunend door de straten. Late tred weerhalt en gaat.

Klankloos en verlaten Lijk een droom hgt d'oude gracht Maanblank in den zomernacht.

(Uit: Verzamelde Lyriek.)

Sluiten