Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JACQUELINE E. VAN DER WAALS

WINTERSTII/fE

De grond is wit, de nevel wit, De wolken, waar nog sneeuw in zit, Zijn wit, dat zacht vergrijzelt. Het fijngetakt geboomte zit Met witten rijp beijzeld.

De wind houdt zich behoedzaam stil,

Dat niet het minste takgetril

't Kristallen kunstwerk breke,

De klank zelfs van mijn schreden wil

Zich in de sneeuw versteken.

De grond is wit, de nevel wit. Wat zwijgend tooverland is dit ? Wat hemel loop ik onder ? Ik vouw de handen en aanbid Dit grootsche, stille wonder.

DE HERDERSFLUIT

Eens ging ik langs het lage riet,

Dat ruischen kan en anders niet.

Toen, langs mijn pad, een herder kwam,

Die één van deze halmen nam,

En dien besnoeide en besneed,

Sluiten