Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Evenals de andere zoogenaamde verdedigingssporten, zooals schermen en worstelen, is ook boksen ontstaan uit vechten. Evenals het schermen oorspronkelijk uitsluitend beteekenis had als voorbereiding voor het tweegevecht met het blanke wapen* zoo had ook boksen aanvankelijk slechts beteekenis als vooroefening voor het vuistgevecht.

Doch al spoedig bleek, dat beide oefeningen, behalve dat zij dus van practisch nut waren, tevens een aangenaam tijdverdrijf vormden; het wedijveren der beide tegenstanders in vlugheid, in behendigheid, in het juist beoordeelen van den steeds veranderenden toestand, het daarbij ten toon spreiden van verschillende lichamelijke en geestelijke eigenschappen, dat alles gaf den beoefenaars een zoodanige voldoening, dat het schermen, het boksen, enz., al spoedig beoefend werd door velen, die niet van plan waren zich ooit van het blanke wapen of van de vuisten te bedienen voor minder onschuldige doeleinden.

Maar bovendien zal het duidelijk zijn, dat, waar het lichaam bij dergelijke oefeningen zoo sterk in actie komt, waar zooveel spierarbeid vereischt wordt,ook de organen voor bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering en het zenuwstelsel den invloed van die oefeningen moeten ondergaan en tot verhoogde werking worden gebracht. Een aanzienlijke verbetering van den voedingstoestand van het geheele lichaam is daarvan het gevolg. Aan deze omstandigheid ontleenen schermen, boksen en worstelen hunne beteekenis als lichaamsoefening. Zoo verkregen dus deze oefeningen een plaats onder die vormen van lichaamsoefening, die men tegenwoordig als sport aanduidt.

Er zij hier dan ook uitdrukkelijk op gewezen, dat het schermen, het boksen en het worstelen hier te lande niet zijn ingevoerd als voorbereiding voor het tweegevecht in welken vorm dan ook* doch uitsluitend als sport, als oefening dus, die, terwijl zij bij gematigde oefening een gunstigen invloed kan hebben op de lichaamsontwikkeling,den beoefenaars voldoening en genoegen schenkt; eene voldoening en een genoegen, welke steeds het deel zijn van hen, die zich met anderen meten in eerlijken strijd.

Sluiten