Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het voetwerk bestaat nu uit een voortdurende toepassing van al deze bewegingen, waardoor het lichaam in voor- of achterwaartsche richting, naar links of rechts, langs den grond schuift en men het den tegenstander moeilijk maakt zijn plannen uit te voeren of eigen plannen te doorzien.

Nogmaals zij er hier op gewezen, dat de vastheid van den stand, het evenwicht van het lichaam afhangt van de plaatsing der beenen. Deze mogen nooit gekruist worden, zooveel mogelijk moeten de voeten aan den grond blijven en op den normalen afstand, omdat verkorting van dien afstand de vastheid van den stand vermindert en vergrooting van dien afstand verplaatsing van het lichaam bemoeilijkt, beide omstandigheden, die ten voordeele van den tegenstander komen.

DE ROMPBEWEGINGEN.

Ook de romp is voortdurend in beweging. Door voor- en achterwaartsche en zijwaartsche buigingen in de lendenen krijgt de romp een deinende beweging, die den tegenstander het juist treffen bemoeilijkt, den indruk, dien men door een schijnbeweging wenscht te maken zeer kan versterken en een eventueel ontwijken vergemakkelijkt.

Deze, zoowel als andere bewegingen, in sterke mate uitgevoerd, vergen echter veel arbeid, terwijl men bij het boksen zijn arbeidsvermogen zoo zuinig mogelijk moet gebruiken. De bewegingen moeten dus los en lenig worden uitgevoerd en niet overdreven groot zijn.

DE ARMBEWEGINGEN.

Steeds zijn beide armen in beweging, om het ook hierdoor den tegenstander moeilijk te maken onze plannen te doorzien en om ze voortdurend los en klaar voor elke beweging te houden, terwijl ze minder snel vermoeid raken.

De linkervuist maakt hierbij steeds kringvormige bewegingen naar den vijand toe en op en neer, terwijl de rechter kringen beschrijft voor de borst.

Men overwinne ook in deze bewegingen alle stijfheid, houde

Sluiten