Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Weren.

a. doorslaan.

De aanvallende arm wordt uit de richting geslagen met linkerof rechterhand of onderarm naar links of rechts, soms tevens iets naar boven of beneden.

Zoo kan men een linkschen rechten stoot naar het hoofd weren door:

P. den linkerarm van den tegenstander met den rechterarm naar buiten (rechts) te slaan. Dit is de snelste wering (fig. 14);

2e. dien arm met den rechterarm naar links te slaan; wanneer deze wering voldoende krachtig wordt uitgevoerd brengt zij den aanvaller in een gunstige positie voor een na-aanval;

3e. dien arm met den linkerarm naar links te slaan. De linkerarm is gewoonlijk niet in een gunstige positie voor deze wering;

4". dien arm met den linkerarm naar rechts te slaan. Deze is de ongunstigste, omdat men in een voor een rechtschen aanval van den tegenstander gunstige positie komt en zelf moeilijk kan nastooten (fig. 16).

De wering van de linksche rechte stooten naar het lichaam en van de rechtsche rechte stooten volgt hieruit vanzelf. De overige stooten zijn veel moeilijker te weren; tegen deze zal men dus liever dekken of blokken of een van de volgende verdedigingswijzen (ontwijken of ontduiken) toepassen.

b. doorschuiven.

Dit gelijkt zeer veel op het weren, alleen slaat men niet, doch schuift, drukt men den aanvallenden arm uit de richting door den buitenrand van de hand of het vleezige gedeelte van den onderarm er tegen te plaatsen en den arm naar buiten en naar boven te drukken. Hierdoor kan men den tegenstander dwingen in een voor den nastoot gunstige positie (zie fig. 17).

Er zijn vele andere vormen van verdediging, die veel op deze gelijken. Zoo kan men de aanvallende vuist in de geopende hand opvangen en in een bepaalde richting duwen (als het ware blokken en schuiven tegelijk), een stoot, in plaats van er tegen te dekken, opvangen op schedel of schouder (zie fig. 18), in het algemeen op weinig kwetsbare plaatsen, enz.

Sluiten