Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. Ontwijken en ontduiken.

Hierbij onttrekken we door bewegingen van hoofd, romp en beenen het bedreigde deel van het lichaam aan den aanval. Men kan dit daartoe zijwaarts, naar achteren, naar beneden (ontduiken) en (het hoofd b.v. tegen een hoekstoot, fig. 21) naar voren verplaatsen, hetzij door een enkele hoofdbeweging, dan wel door buigen van den romp of door zijwaarts, in- of achterwaarts te stappen en tenslotte door combinatie's van deze bewegingen.

Tegen een linkschen rechten stoot naar het hoofd b.v. kan men:

P. Het hoofd iets naar links buigen of door een rompbeweging brengen (slippen).

2e. Het hoofd naar rechts buigen of brengen (fig. 5 en 7).

3°. Naar achteren ontwijken (fig. 19).

4e. Een zijstap naar rechts maken (fig 20).

5e. Ontduiken door hoofd of romp of beide naar beneden te brengen door buigen, zoo noodig ook in de knieën (fig. 10).

Men kan deze bewegingen ook weer combineeren met passen zijwaarts, voorwaarts of schuinvoorwaarts.

Men zij er in het algemeen bij ontwijkingen op bedacht, ze in een voorwaartsche richting uit te voeren, omdat men daardoor in een gunstiger positie komt voor een na-aanval. Ontwijkt men b.v. een rechtschen zwaaistoot door den romp te buigen en tevens een pas schuinlinks voorwaarts te maken, dan krijgt men een goede gelegenheid den tegenstander een rechtschen halfarmstoot naar de ribben of een rechtschen opstoot toe te brengen (zie fig. 11).

Dubbeldekkingen.

In bijzondere gevallen maakt men gebruik van zoogenaamde «dubbeldekkingen" en wel voornamelijk bij het „ invechten" (zie bldz. 33) en tegen een onstuimigen aanval van den tegenstander. In beide gevallen is het doel, dicht bij den tegenstander, tusschen zijn armen, te komen en hem dan een serie halfarmstooten toe te brengen. Men dekt zich dan met beide armen op een der volgende wijzen:

1". door de bovenarmen tegen het lichaam te drukken en de onderarmen hierop sterk gebogen te houden, zoodat de handschoenen het gelaat dekken (zie fig. 22);

Sluiten