Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e. door met opgetrokken schouders in elkaar te kruipen, de bovenarmen naar voren te steken en de onderarmen horizontaal voor het gelaat te houden (fig. 23);

3e. door den linkerarm over den maagkuil te leggen en met de rechterhandschoen het gelaat te dekken; de linkerarm wijst dus schuin naar beneden, de rechter schuin naar boven (fig. 24).

DE VOÖRAANVAL.

De bedoeling van den vooraanval isdentegenstandereenstoot toe te brengen op het oogenblik, dat hij een begin van uitvoering gaat geven aan een aanval. Daartoe is noodig, datmenwetectof, hoe en waar de tegenstander zal trachten zijn stoot toe te brengen, dat men snel kan beraden hoe en waar men den voor- (stop-) stoot zal plaatsen en dat deze stoot doeltreft vóór dien van den tegenstander. Voor beraad en uitvoering van den stoot is slechts weinig tijd beschikbaar en snel waarnemen, snel denken, snel besluiten en snel handelen zijn dan ook vereischten. Van hem, die deze eigenschappen niet van nature bezit, vergt de stopstoot zeer veel oefening.

De stopstoot bij uitnemendheid is de linksche rechte (korte) stoot naar het hoofd, waarbij men den linkerschouder sterk naar voren brengt, het onderlichaam eenigszins intrekt (tegen lage stooten) en met den vrijen rechterarm het hoofd dekt (tegen hooge stooten) (zie fig. 25 en 38).

Men kan den stopstoot ook toebrengen op bovenarm of schouder van den aanvallenden arm. Zoo toegepast kan de stopstoot, die anders vooral voor langere boksers voordeelig is, ook door kleinere te gebruiken zijn.

DE TEGENAANVAL.

Bij een tegenaanval (tijdstoot) weert of ontwijkt men den stoot van den aanvaller en stoot tegelijkertijd, is men dus op hetzelfde oogenblik verdediger en aanvaller.

Brengt men tegen een linkschen rechten stoot naar het hoofd het hoofd een weinig naar rechts en stoot men tegelijkertijd links

Sluiten