Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art 14. — De plaatselijke kampioenschappen worden verwerkt onder de bewoners van elke plaats (postdistrict).

Art. 15. —Voor de districtskampioenschappen wordt het land verdeeld in twee districten: District A, omvattende deprovinciés Noord-Holland, Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland en district B, omvattende de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.

Art. 16. — De wedstrijden om de kampioenschappen van Nederland zijn open voor alle Nederlanders en voor vreemdelingen, die minstens zes maanden, onmiddellijk aan de wedstrijden voorafgaande, in Nederland hebben gewoond.

Art. 17. — Ieder, die in een wedstrijd uitkomt, moet lid van den N. B. B. wezen.

Art. 18. — Elk jaar zal om het kampioenschap van Nederland worden gebokst.

Art. 19. — Wanneer de bond zelf geen wedstrijd uitschrijft waaraan een kampioenschap is verbonden, kan dit geschieden door een vereeniging, een persoon of een combinatie.

Deze doet daartoe — onder nadere aanduiding van den aard van het kampioenschap — schriftelijk aanvrage bij den l8ten secretaris van den bond. Zoo noodig in overleg met het bestuur van andere vereenigingen — en de belangen van den bond niet uit het oog verliezend — zal hierover worden beslist.

Art. 20. — De bond ontvangt 50 pCt. van de inleggelden, welke bij een wedstrijd worden geheven, met als minimum 50 cents per deelnemer. Deze gelden moeten worden gestort door den uitschrijver(ster) van den wedstrijd.

Wanneer bij onderlinge wedstrijden geen inleggelden worden geheven, is die uitschrijvende club vrijgesteld ook van genoemd minimum.

Art. 21. — De vereeniging, persoon, combinatie, of wie ook, door wie(n) een wedstrijd wordt uitgeschreven, is verplicht 10 pCt. van de bruto ontvangen entree-gelden of programmaopbrengsten te storten in de kas van den bond, direct na den wedstrijd.

Sluiten