Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door schijnbewegingen in actie, tracht hem tot groote bewegingen te dwingen. Een voorname zorg in verband hiermee moet zijn, dat men het midden van den ring houdt. De tegenstander moet dan bij zijn bewegingen den grootsten weg afleggen.

Bij het bewegen om den tegenstander heen bewege men zich bij voorkeur naar rechts, omdat men, naar links gaande, hem het stooten met den rechterarm gemakkelijker maakt en zich zelf meer bloot geeft.

Op blz. 36 werd reeds gezegd, dat een goed geoefend, snel, krachtig en taai bokser den wedstrijd nog niet behoeft te winnen, wanneer hij zijn hersens niet gebruikt. Bijna elke nieuwe tegenstander vergt een andere wijze van aanpakken en het nauwkeurig waarnemen van zijn bewegingen (zoo mogelijk vóór, doch anders in het begin van den strijd) en zorgvuldig verwerken tot een plan van het waargenomene is zuiver verstandswerk. Tracht bij het begin van de tweede ronde een aanvalsplan klaar te hebben, zoowel wat de bewegingen zelf, als wat de leiding van van den geheelen strijd gedurende de ronden betreft.

In verband hiermede zij men niet zorgeloos in het kiezen van zijn helpers. Zij toch zijn, vaak beter dan de bokser zelf, in de gelegenheid gedurende de ronden het spel van zijn tegenstander, zijn fouten en eigenaardigheden te bestudeeren en kunnen hem in de pauzen tusschen de ronden in verband daarmede voor hem belangrijke aanwijzingen geven.

Art. 42 van het wedstrijdreglement laat bij overigens gelijke partijen dengene winnen, die het meeste aanviel, een voordeel dus boven het moreele overwicht, dat de aanvaller reeds heeft. Men wachte dus niet te lang met den aanval en trachte zoo mogelijk reeds in de eerste helft van de eerste ronde voldoende op de hoogte van de techniek van den tegenstander te komen om in de tweede helft den aanval te kunnen openen. Tracht hem door lokken en schijnbewegingen te verleiden tot het verraden van zijn tactiek en blijkt hij al even voorzichtig te zijn, wacht geduldig af, maak zoo noodig de schijnaanvallen wat dreigender of val voorzichtig aan. Doe in het begin geen heftige aanvallen, laat ze aan den tegenstander over, vertrouwend op de eigen snelheid om er aan te ontkomen.

Uit art. 42 blijkt bovendien, dat voor een eindstoot aan den-

Sluiten