Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IA. HET ONDERWIJS.

ALGEMEENE BEGINSELEN.

Aanvals- en verdedigingsbewegingen zijn reactie's op de houdingen of bewegingen van den tegenstander, die men met de oogen heeft waargenomen of op een gegeven oogenblik waarneemt.

Wat het onderwijs in boksen betreft volgt hieruit onmiddellijk, dat de onderwijzer niet op het gehoor, door middel van commando's moet laten werken, doch op het gezicht. De leerlingen leeren daardoor waarnemen en, op aanwijzing van den onderwijzer, op hetgeen zij waarnemen op de juiste wijze reageeren.

Waarneming en reactie beide zijn gevolgen van zenuwwerking. De indruk van een beweging van den tegenstander komt door middel van de oogen, via de oogzenuwen op een bepaalde plaats in de hersenen. Vandaar moet een prikkel langs bepaalde banen naar een andere plaats in de hersenen geleid worden, van waaruit de spieren, die de reactie-beweging tot stand brengen, worden aangezet

Het zijn die banen in de hersenen, die in de bokslessen voor elke specifieke beweging gevormd moeten worden. Worden ze niet van den aanvang af op de juiste wijze aangelegd, dan heeft dit foutieve bewegingen tengevolge, die later zeer moeilijk te corrigeeren zijn.

Hieruit volgt een tweede, voor den onderwijzer belangrijke conclusie en wel, dat elke nieuwe beweging eerst langzaam en correct moet worden uitgevoerd. De banen worden dan juist aangelegd en, door herhaling, zóó vastgelegd, dat ook bij snellere uitvoering de beweging correct blijft. Zijn de bewegingen eenmaal bekend, dan is het eenvoudig een kwestie van herhaalde uitvoering, om ze ook met een maximum van snelheid te leeren volbrengen, doch tot een snelle beweging worde nietovergegaan, voordat zij, langzaam, geheel correct wordt uitgevoerd.

Ten derde beginne de onderwijzer met enkelvoudige bewegingen, voor hij zijn leerlingen de samengestelde laat uitvoeren. Hebben de leerlingen zich de grondvormen van aanvals- en verdedigingsbewegingen goed eigen gemaakt, dan leeren zij de

Sluiten