Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voren is opgegeven en verklaard; afhankelijk van den afstand en den toe te brengen stoot zal hij instappen of uitvallen, enz. enz.

Den leerlingen worde niet toegestaan partij te boksen, vóór ze alle enkelvoudige bewegingen grondig kennen en ze eenige samengestelde hebben uitgevoerd. Zelf kan de onderwijzer zoo nu en dan met enkele leerlingen spelboksen; hij moet daarbij op hunne fouten letten en zeonmiddellijkcorrigeeren. Inditverband zij er den onderwijzer op gewezen, dat hij er wél tegen wake, zijn leerlingen te ontmoedigen, door te toonen wat hij kan, door b.v. steeds te snel te stooten voor den graad van geoefendheid in verdediging van den leerling. Vooral op eenigszins bang aangelegde personen heeft dit een slechten invloed. Het is juist van veel belang hen zelfvertrouwen te geven door kalm en rustig uitgevoerde aanvallen, waartegen zij zich verdedigen kunnen. Wordt langzamerhand de snelheid van den aanval opgevoerd, dan zal ook die van de verdediging toenemen.

Men beginne, na de eerste lessen, elke les met 5 a 10 minuten beenwerk. Als voorbereidende oefeningen zijn deze zeer geschikt. Daarna volgt de eigenlijke les, die eindigt met 5 a 10 minuten stootoefeningen, waarbij de stooten bedaard en correct uitgevoerd worden. Zorgt men ook dat de les zelf geen overdreven zware eischen stelt, dan voorkomt men op deze wijze oververmoeidheid en overspanning aan het einde van de lessen.

Op bldz. 17 werd reeds opgemerkt, dat eenige oefeningen voor rug-, schouderblad- en buikspieren van veel nut kunnen zijn; eenige ademhalingsoefeningen aan het einde van een les zullen een zeer weldoenden, kalmeerenden invloed hebben.

LESPROGRAMMA'S.

De hier gegeven lesprogramma's verdeelen de oefenstof over een tijdvak van ongeveer drie maanden, zoodat bij dagelijksche oefening elk programma ongeveer een week kan worden beoefend, voor tot een volgend wordt overgegaan.

Ze beoogen slechts eenige algemeene leiding te geven. De beoordeeling van de snelheid van voortgang moet geheel bij den onderwijzer blijven; deze toch ziet welke eischen zijn klasse stelt en welke eischen aan zijn klasse gesteld kunnen worden.

Sluiten