Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hier gegeven serie van programma's moet dan ook alleen beschouwd worden als een voorbeeld, hoe, over een zeker tijdvak de oefenstof verdeeld kan worden, terwijl gewaakt is tegen de algemeene fout, dat in één les te veel wordt samengepakt, tengevolge waarvan de leerling er te weinig van behoudt, of reeds begonnen wordt met de meer samengestelde bewegingen, wanneer de leerlingen de enkelvoudige nog niet grondig kennen.

Het is niet de bedoeling, dat alle in een programma nieuwe bewegingen reeds in de eerste les met dat nieuwe programma worden uitgevoerd. De onderwijzer bedenke, dat hij een geheele week beschikbaar heeft om de nieuwe bewegingen in een programma aan zijn leerlingen bij te brengen. Hij beginne in de eerste les de (of eenige der) bewegingen, in hare onderdeelen gesplitst (zie bldz. 55) en in een der daarnavolgende lessen de beweging in haar geheel, doch aanvankelijk langzaam, te onderwijzen, om eerst tegen den laatsten dag met dat programma de vereischte snelheid voor zoo'n beweging te gaan eischen.

EERSTE PROGRAMMA.

a. De stelling.

Na te hebben aangegeven aan welke eischen de stelling moet voldoen en den leerlingen deze te hebben voorgedaan, doet de onderwijzer de klasse zoo vrij mogelijk de stellingen aannemen en verbetert ze voor zoover noodig.

b. Been-, arm- en rompbewegingen in de stelling. Passen voorwaarts, achterwaarts, links en rechts zij waarts, sprongen achterwaarts. Uitval met linkerarm strekken.

c. Rug- en buikspieroefeningen. Ademhalingsoefeningen.

TWEEDE PROGRAMMA.

a. 10 min. voetwerk. Romp- en armbewegingen (klassikaal). | De afstand.

b. 1 Linksche rechte stoot naar hoofd en lichaam. I Dekken tegen dien stoot.

c. Blokken en weringen tegen linkschen stoot naar hoofd en lichaam.

Sluiten