Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook H. F. C. heeft geen klagen gehad, is slechts één seizoen gedegradeerd, maar herstelde zich aanstonds weer. Thans echter staat de Haarlemsche club er slecht voor en wordt zij met degradatie bedreigd.

R. A. P. is na een glorierijk bestaan nu ongeveer 10 jaar geleden ter ziele gegaan.

Opgemerkt dient, dat deze drie kernclubs van den N. V. B., die het voetbal dus hier gebracht hebben, die den bond hebben gemaakt en hem door de kinderjaren heengeholpen hebben, bestonden uit jongelui uit de betere kringen.

In de Westelijke provincies van ons land en vooral in de groote centra won het spel 't snelst veld en kreeg de N. V. B. 't eerst vasten voet. Toen ook Rotterdam eenige clubs leverde was 't mogelijk om de eerste competitie in te richten en begon de N. V. B. met het verspelen van 't kampioenschap van de groote Westelijke.

Later, toen ook Oostelijke cricketvereenigingen 't voetbal gingen beoefenen en zich aansloten bij den N.V.B. kregen we ook een Oostelijke competitie, zoodat in het seizoen '97—'98 voor 't eerst om 't kampioenschap van Nederland gespeeld kon worden tusschen R. A. P. en Vitesse uit Arnhem, in welken strijd R. A. P. de baas bleef.

Inmiddels zaten de propagandisten voor 't voetbal niet stil. Muiier had met zijn schrifturen in brochurevorm en als tijdschriftartikel 't voorbeeld gegeven en tal van jonge enthousiasten kreeg hij tot volgelingen die de pen opnamen en den volke kond deden, hoe mooi en hoe voortreffelijk dat voetbalspel toch wel was.

Als paddestoelen verrezen de clubs uit den grond en we kregen ze in alle oorden en in alle provincies, zoodat 'tal weldra.noodzakelijk werd, om ook in Noord en Zuid competities in te richten en onder de bestaande afdeelingen, die den naam eerste-klas kregen, andere competities te stichten, die tweede- en derde-klas geheeten werden.

't Plaatselijke voetbal begon zich ook te ontwikkelen, zoodat we in Amsterdam en den Haag en later ook in Rotterdam stedelijke voetbalbonden kregen, die een eigen bestuur hadden, maar toch contractueel gekoppeld zaten aan den grooten N. V. B., die controle kon uitoefenen op 't werken van den plaatselijken bond.

Uiteraard bleef voetbal niet 't spel van de betere kringen. Dat was niet mogelijk bij een zoo groote verbreiding en via den middenstand kwam het bij de arbeiders, bij wie het, vooral de laatste tien jaren, veel sympathie ondervindt.

De N.V.B. is in hoofdzaak wel een wedstrijdbond geweest. Hij heeft begrepen, dat voetbal wedstrijden noodig heeft, wil het bloeien en aan de regeling van die wedstrijden en alles, wat daarmee annex is, hebben de achtereenvolgende in functie geweest zijnde besturen dan ook voor 't meerendeel hun aandacht geschonken.

't Is hier de plaats niet, om critiek te leveren op wat de N. V. B. gedaan en nagelaten heeft, 't Zou buiten het bestek van dit werkje gaan.

Sluiten