Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te staan, toen waren de bestuurders van dit laatste lichaam maar wat blij, dat de A. F. A. van het vasteland geen steun kon krijgen.

De werking van de F. I. F. A. is ook heilzaam voor de uniformiteit van de spelregels, overal waar er voetbal gespeeld wordt. Daar haperde eenige jaren geleden nog al eens wat aan en kreeg men de zonderlingste afwijkingen, die, zoowel voor de spelers als voorde scheidsrechters, hun bezwaren hadden. De F. I. F. A. heeft in haar reglementen al de aangesloten bonden verplicht hun spelregels gelijkluidend te doen zijn met het Engelsche spelreglement. Vrijwel algemeen houdt men zich aan dit voorschrift, wat de gelijkluidendheid van de rechtspraak ten goede komt.

Sedert de internationale wedstrijden nu officiëel door de F. I. F. A. erkend zijn, nu zy er contróle op uitoefent en ze eigenlijk onder haar vlag laat spelen, zonder evenwel zich te bemoeien met de regeling van de wedstrijden — die geheel overlatend aan de landen zelf — heeft Nederland er heel wat gespeeld.

De naties, die we ontmoet hebben zijn Engeland, Frankrijk, België, Duitschland, Oostenrijk, Finland, Zweden, Noorwegen en Dénemarken.

Begrijpelijkerwijze hebben we met afwisselend succes tegen deze landen gespeeld. De grootste glorie was wel de hier vóór al genoemde overwinning op Engeland in den Haag. Deze overwinning bewees geenszins, dat we gelijk in kracht waren met de Engelschen en nog minder, dat we als hun meester zouden kunnen fungeeren, maar zij was toch een waarschuwing van 't kleine Holland voor het op sportgebied wel eens overmoedige Albion.

Hoe de krachtsverhouding thans is tusschen de verschillende rijken is moeilijk te zeggen, wijl de ontwrichtendé gevolgen van den oorlog natuurlijk ook het internationale voetbal in de war hebben gestuurd. Vóór den oorlog mochten de Hollanders zich met de Denen en de Hongaren tot de sterkste voetbalnaties rekenen.

De Duitschers waren goed op weg, om ook hun rol te gaan spelen op de internationale voetbalmarkt. De Duitsche vlijt en de energie kwamen ook uit bij de beoefening van voetbal. Ook dat deden ze systematisch en bijna weténschappelijk en meteen ijver en een volharding, die veel beloofden en die mogelijk 't gebrek aan aanleg, dat de Duitscher, naar mijn meening heeft, wel doen vergeten.

Mijn schuld is 't niet, maar dit gebrek aan aanleg heeft de Duitscher met den Franschman gemeen. Is de Duitscher in hart en nieren te onsportief, de Franschman is voor 't voetbal veel te vluchtig en oppervlakkig, te driftig en te opgewonden.

Ongetwijfeld leent zich de Engelsche aard 't best voor de sport, maar naar mijne meening zijn ook de Scandinaaf sche volken bij uitstek geschikt, om 't spel in perfectie te leeren. Zij hebben ook dat rustige en dat koéle overleg van de Angelsaksers en dat moet men juist voor goed voetbal hebben.

Sluiten