Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veel meer is 't waard, dat hij 't spel goed kent en dat hij daardoor steeds de juiste positie inneemt ten opzichte van zijn tegenstanders, in samenwerking met zijn medespelers. Een back kan ook zonder een bal te trappen schitterend spelen, want hij kan door zich tactisch op te stellen, de kans op succes van elke vijandelijke attaque vernietigen. Hij kan 't samenspel van een voorhoede fnuiken, alleen al door de plaats, die hij zich kiest.

Als hij den buitenspelregel door en door begrijpt, kan hij daardoor alleen al in bijna eiken wedstrijd tien vijandelijke aanvallen onschadelijk maken door niets anders te doen, dan op 't juiste moment een paar pasjes naar voren te loopen.

Wat de achterspeler moet kennen is zuiver trappen en vooral zuiver opvangen. Hij moet een bal, die met een boog hoog uit de lucht naar hem toekomt, kunnen wegwerken, zonder dat de bal den grond raakt; dit kan noodig zijn, als vijanden 't hem moeilijk maken. Heeft hij den tijd, dan is 't natuurlijk beter, dat hij den bal eerst in gemakkelijker positie brengt, opdat hij dan naar een gunstiger plaats in t veld kan trappen. Hij moet ook over een behoorlijke dosis lichaamskracht beschikken, om, op geoorloofde wijze, nu en dan een speler op zij te zetten ; maar hij zij voorzichtig voor het beruchte strafschopgebied, waarbinnen elke overtreding, die hij begaat, een doelpunt tot gevolg kan hebben.

Een fout, die veel voorkomt, maakt de achterspeler, die vrije ballen te hard wegschopt, over zijn eigen aanvalslinie heen, ver iü 't kamp van den tegenstander, die dan gelegenheid heeft den bal weer op z'n gemak te retourneeren.

Over de tactiek van de achterspelers zijn de geleerden 't tegenwoordig vrijwel eens. Het vroeger nog al eens in practijk gebrachte spelen vóór elkaar heeft vrijwel afgedaan. Tegenwoordig hebben de ashterspelers in den regel de opdracht elk een buitenman van de vijandelijke voorhoede te bewaken.

De taak van den middelspeler is misschien wel de moeilijkste en zeer zeker de ondankbaarste. Een leek ziet de middelspelers nooit in 't veld en kan zeker hun prestaties niet beoordeelen. Voor een voorwaarts, die een paar doelpunten maakt of een paar snelle rennen onderneemt, heeft men algauw een applausje en voor een achterspeler, die met forsche trappen zijn terrein zuivert, ook en voor den doelman, die met eenige bravourstukjes zijn doel maagdelijk houdt, komt de massa terstond in extase. Maar wat c en middelspeler in 't veld doet is eigenlijk zoo bescheiden en toch doet hij zooveel. In de eerste plaats bestrijkt hij 't grootste deel van 't terrein ; immers, als hij zijn taak goed opvat, trekt hij mee met z'n eigen verdediging tot voor 't doel en vervolgt hij — steunend z'n aanval —• de tegenpartij, als zij zich terugtrekt in eigen strafschopgebied. De middelspelers, die op den vleugel spelen, hebben daarbij nog voortdurend 't vermoeiende ingooien en ook dikwijls zijn zij belast met het nemen

Sluiten