Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als ik ook hier ter plaatse even mag pleiten voor de aangename zijde van de functie, dan kan ik aanvoeren, dat het scheidsrechteren zeer zeker een sportief genot met zich brengt. Het geeft gelegenheid, om zich anderhalf uur in de frissche lucht te bewegen, een inspannende beweging, want men is bijna voortdurend in actie, moet telkens hard loopen, wat de longen verruimt en bovendien heeft men z'n aandacht op zooveel verschillende dingen tegelijkertijd te vestigen, dat het opmerkingsvermogen goed wordt getraind, de blik wordt verscherpt, waar nog bijkomt, dat de scheidsrechter ieder oogenblik klaar moet zijn, om z'n gezag te handhaven.

Niet dat de spelers met voorbedachten rade dat gezag zullen ondermijnen, maar in 't vuur van 't spel en door de opwinding van den strijd komen de heeren wel eens tot handelingen en ook wel tot uitingen, die onmiddellijk ingrijpen van de zijde van den arbiter noods akelijk maken. En dan hangt 't van den tact van den functionaris af, of hij zich inderdaad weet te handhaven. Hoe hij moet optreden is moeilijk te leeren, wat hij moet doen, is moeilijk te zeggen. Men zou beter nog kunnen doceeren, wat hij niet moet doen en welke houding hij niet moet aannemen.

En hierin schuilt juist 't aardige, want ieder geval moet de arbiter weer op zichzelf beschouwen.Wie zich een uniform optreden voorneemt en dat slaafsch naleeft komt bedrogen uit. De driftige speler, die eerlijk, oprecht, maar misschien wat onbehouwen uitvalt, moet anders aangepakt worden dan de wellicht hoffelijke gniepeling en de jongen uit de volksklasse, die in verontwaardiging zich een rauw woord laat ontvallen, moet anders terecht gezet, dan de would-be-aristocraat, wien het aan uiterlijke beleefdheid niet mangelt, maar wiens opmerkingen toch minder toelaatbaar zijn.

De scheidsrechter moet vooral geen schoolmeester zijn, maar eenige paedagogische aanleg zal hem geen kwaad doen. Meer nog is hij er mee gebaat, als hij psycholoog is en terstond begrijpt, wat voor vleesch hij in de kuip heeft, als hij de spelers doorziet, naar waarde taxeert en op 't eerste gezicht juist beoordeelt.

't Verdient natuurlijk aanbeveling, dat de scheidsrechter niet, wat men noemt, op z'n mondje gevallen is. Op 't juiste oogenblikhebbéhij z'n antwoord gereed en hij moet de fierheid hebben om z'n beslissing te geven, zonder rekening te houden met wat voor hem persoonhjk de gevolgen zouden kunnen zijn.

Correctheid en hoffelijkheid jegens iederen speler zij hem aanbevolen. Hij blijve ook immer rustig en kalm, liefst met een tikje lakonieke ironie in woord en gebaar. Op een driftigen uitval van een ontstellend verontwaardigd speler, die buiten zichzelve is van woede, werkt een enkel, nuchter woord als een heerhjke koude douche.

Maar 't zijn niet alleen geestelijke kwaliteiten, die de scheidsrechter moet hebben. Hij moet lichamelijk in staat zijn, den strijd te volgen, z'n oog en moeten hem niet in den steek laten en hij moet

Sluiten