Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd deze wereld te verlaten, van welke ik mijzelf en hen die mij volgen verlost heb; weldra is de-tijd gekomen om in te gaan in Nirwana. En terwijl hij nu met een weemoedig behagen het landschap overzag, zeide de volmaakte tot zichzelf:

— Liefelijk is in waarheid Rajagaha, de stad der vijf heuvelen, nog liefelijker haar omgeving. Gezegend zijn haar velden, vreugdevol haar van vochtigheid blinkende, door boomen beschaduwde weiden, zeldzaam schoon haar met struikgewas begroeide hoogten. Thans is het de laatste maal, dat ik van deze plek af, waar het uitzicht het gunstigst is, deze liefelijke streek overzie. Slechts nog éénmaal, wanneer ik mijn wandeling zal vervolgen, wil ik boven op gindschen bergtop mij omkeeren en van daar Rajagaha's liefelijk dal aanschouwen — en dan nooit meer.

In de stad werden nu nog slechts twee gebouwen door het zonlicht verguld — de groote toren van het Koningspaleis, van welks tinne Bimbisara hem voor het eerst had gezien toen hij als een jong, onbekend asceet de stad naderde en door zijn vorstelijke houding de opmerkzaamheid van den koning van Magadha getrokken had: — en de koepel van den Indra-tempel, in welken destijds, alvorens zijn woorden de menschen verlost hadden van een bloedig bijgeloof, duizenden en duizenden onschuldige dieren jaarlijks geslacht werden ter eere Gods. Nu doken ook, de tinnen van den toren onder in de opstijgende schaduwenzee; slechts de kegels der gouden zonneschermen, die den koepel des tempels kroonden, gloeiden nog en schenen als vrij in de lucht

Sluiten