Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij het ook juist niet voorname koopmansfamilie. Mijn vader liet mij een goede opvoeding geven en daar ik mij zeer inspande, was ik al spoedig in het bezit van de meeste bekwaamheden die een jonge man van goeden * stand behoort te hebben, en zelfs iets daarboven, zoodat men algemeen van meening was dat ik mijn opvoeding moest hebben genoten te Takkasila ')• Ik was een der eersten in den worstelstrijd en bij het vechten, bezat een fraaie, goedgeschoolde zangstem en wist kunstvaardig de snaren der vina te roeren. Ik kon alle gedichten van Bharata en nog menige anderen van buiten; was tot in de kleinste bijzonderheden vertrouwd met de wetten der metriek en ook zelf in staat aangrijpende en zinrijke verzen te schrijven. In het teekenen en schilderen waren slechts weinigen mijn meerderen en de wijze waarop ik bloemen tot versiering wist aan te wenden, genoot 'algemeene bewondering. Uitgebreid was mijn kennis van het kleuren van kristallen en van alles wat juweelen betrof. Geen papegaai of raaf kon zoo goed praten als die, welke ik had afgericht. Ook was ik grondig bekend met het schaakspel met de vier en zestig vakken, het boogspel, het balspel in alle onderdeden, zoo ook met alle soorten raadsel- en bloemenspelen.

En het werd, o vreemdeling, te Ujjeni een geliefkoosd gezegde: „Zoo veelzijdig begaafd als de jonge Kamanita." Toen ik den leeftijd van twintig jaren had bereikt, liet mijn vader mij op een dag bij zich roepen en sprak mij op de volgende wijze toe: —

') Te Pendjab; het Oxford van het oude Indië.

Sluiten