Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader mijn dank eri enkele dagen later nam ik afscheid van mijn familie.

Hoe klopte mijn hart van vroolijke verwachting toen ik te midden van dezen prachtigen stoet de stadspoort uittrok aan het hoofd van mijn karren, en de wijde wereld voor mij scheen open te liggen. Iedere reisdag was mij een feest en wanneer des avonds de kampvuren opvlamden om tijgers en panters ontzag in te boezemen en ik aan de zijde van den gezant gezeten was in een kring van oudere en voorname lieden, dan verbeeldde ik mij waarlijk in een sprookjesland te zijn.

Door Vedisas heerlijke, boschrijke streek en langs de gemakkelijke hellingen van het Vindhyabgebergte, naderden wij de uitgestrekte noordelijke vlakte, waar een geheel nieuwe wereld zich voor mij opende. Want nooit had ik gedacht dat de wereld zoo groot en zoo vlak kon zijn. En ongeveer een maand na onze afreis zagen wij op een heerlijken avond van af den top eener met palmen gekroonde hoogte, twee gouden banden, die uit een nevelkrans te voorschijn kwamen en zich door een onafzienbare groene vlakte slingerden, elkaar langzamerhand naderden, totdat zij zich ten slotte vereenigden tot een enkelen, breeden gordel. Een hand beroerde mijn schouder. Het was de gezant die naar mij toegekomen was. — Daar zie je, Kamanita, de Heilige Jamuna en den Hoogheilige Ganga, die hun stroomen vereenigen voor onze oogen.

Onwillekeurig hief ik in aanbidding mijn handen in de hoogte.

De Pelgrim Kamanita 2

Sluiten