Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Je doet er wel aan, hen op déze wijze te begroeten, vervolgde mijn beschermer. Want zoo de Ganga komt van de woning der goden in de noordelijke sneeuwbergen en naar ons toestroomt als komende uit de eeuwigheid, zoo komt de Jamuna uit verre heldentijden ; haar golven hebben de overblijfselen der Olifantenstad weerspiegeld en de vlakte bespoeld waar de Panduingers en Kuruingers om de heerschappij streden; waar Karna verbitterd in zijn tent zat en Krishna zelf Arjunas paarden bestuurde — doch wat behoef ik je daaraan te herinneren, aangezien je genoeg thuis zijt in de oude heldenzangen. Meermalen heb ik op gindsche spitse landtong gestaan en waargenomen hoe Jamunas blauwe golven aan mijn rechterhand naast Gangas gele stroomden, zonder zich er echter mede te vereenigen; evenals ook de kaste der krijgslieden onvermengd bestaat naast die der brahmanen. Het was mij dan alsof ik in het ruischen dezer blauwe golven krijgshaftige kreten hoorde, wapengekletter en hoornsignalen; het hinneken van paarden en de trompetstooten der strijdolifanten, en dan klopte mijn hart onstuimiger. Want ook mijn voorvaders waren daarbij en Kurukshretas zand heeft hun heldenbloed gedronken.

Vol bewondering keek ik op naar dezen man der krijgsliedenkaste, in wiens familie dergelijke herinneringen voortleefden. Toen nam hij mij bij de hand.

— Kom mijn zoon en begroet het doel van je eerste reis! — Hij bracht mij eenige weinige schreden om een dicht kreupelboschje heen, dat tot nu toe het uitzicht naar het Oosten verborgen had gehouden. Zoodra dit

Sluiten