Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een jonge, rijkgekleede man bereikten hem te gelijkertijd en kwamen er door in strijd, daar geen van ons beiden den ander den bal gunde. Uithoofde mijner groote bekendheid met allerlei kunstgrepen die in den worstelstrijd te pas komen, gelukte het mij hem een beentje te lichten en om niet te vallen greep hij zich vast aan een kristallen keten, die ik met een amulet om den hals droeg. De keten brak, hij viel .en ik greep den bal. Razend sprong hij op en slingerde mij de keten voor de voeten. De amulet was een tijgeroog, wel geen bijzonder kostbare steen, maar een onfeilbaar middel tegen het kwade oog — en juist toen zijn blik mij trof, had ik haar niet bij mij!

Doch wat gaf ik daarom? Ik hield immers in handen den bal, dien haar lotushand zoo even had beroerd, en daar ik zelf een zeer geoefend balspeler was, gelukte het mij een zoo nauwkeurig berekenden worp te doen, dat de bal den grond trof vlak voor den hoek der tribune en daarna met een sprong, als het ware getemd, binnen het bereik der schoone speelster kwam. De bekoorlijke had inmiddels geen oógenblik nagelaten den anderen bal in beweging te houden en terwijl zij den aankomende trof met een lichten, zekeren slag, begon zij zich opnieuw in haar gouden kooi in te weven, onder den uitbundigen jubel der talrijke toeschouwers.

Daarmede was nu ook het balspel ter eere van de godin Lakshmi geëindigd. De meisjes verlieten de tribune en wij begaven ons op den terugtocht naar huis.

Onderweg gaf Somadatta mij te kennen, dat het een geluk was dat ik hier niets te maken had met het hof,

Sluiten