Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Je vast namelijk zooals slechts de strengste asceten vasten en onthoudt je van de weldadige gewoonte van naar bed te gaan. Want noch op het hoofdkussen, noch op de matras kan ik den geringsten indruk van je lichaam ontdekken; evenmin zie ik een enkele vouw in het witte dek. Weliswaar is je lichaam door al dat rasten tamelijk mager geworden, maar toch zal het niet zijn gansche gewicht hebben verloren; dat bewijst ook deze zodenbank waar je klaarbhjkehjk den nacht op hebt doorgebracht in gebed en zelfverdieping. En toch komt het mij voor dat deze kamer er nog te wereldsch uitziet voor zulk een heiligen bewoner. Hier op de nachttafel staat een kruik met zalf, die zeker niet aangeroerd is! Verder een schaal met sandelpoeder, een flesch met reukwater, een doos met citroenboomschors en betel! Daar aan den wand de gele amarantkrans, de luit — maar waar is toch het teekenraam dat aan dezen haak placht te hangen? Terwijl ik in mijn verlegenheid geen antwoord wist te vinden, ontdekte hij het ontbrekende raam en haalde het van onder het bed te voorschijn.

— Ei, wie is wel de slimme toovenaar, riep hij uit, die hier op dit teekenraam, dat toch geheel blank was toen ik het aan dien haak hing, nu met bovenaardsche middelen het beeld van een balspelend meisje te voorschijn heeft getooverd — klaarbhjkelijk met de booze bedoeling den asceet dadelijk bij zijn aanvang aan te tasten en met uitgezochte verleidingskunsten zijn zinnen en gedachten te verwarren! Of is het ten slotte ook een der goden geweest die dit gedaan heeft? Want we weten immers dat de goden bang zijn voor de macht

Sluiten