Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmede zij speelde, mijn hart was geweest, dat ik haar terugzond toen zij het van zich wegjoeg. Maar men kon het ook lezen van boven naar onderen, schuin door de regels heen, en dan was het een klacht over de wanhoop waartoe ik door de scheiding gedreven was. Las men het verder nog in tegengestelde richting, dan ontdekte men dat ik toch waagde te hopen. Van hetgeen ik op deze heimelijke wijze binnengesmokkeld had, liet ik echter niets verluiden, zoodat Somadatta dan ook niet bijzonder getroffen was door deze proeve mijner dichtkunst, die hem al te eenvoudig toescheen. Hij was van meening dat ik bepaald moest spreken over god Karna, die bang was geworden door mijn ascese en dientengevolge dit beeld te doorschijn had getooverd om mij te verlokken — zooals dan ook in het algemeen een ieder steeds verrukt is over zijn eigen geestigheid.

Nadat Somadatta zich met het beeld verwijderd had, bevond ik mij in een betere en meer hoopvolle stemming, daar er nu toch een schrede voorwaarts was gedaan die wellicht in haar verdere gevolgen tot het gewenschte doel kon leiden. Ook at en dronk ik weder en na mij op deze wijze gesterkt te hebben, nam ik de vina van den wand en het haar snaren nu eens melodisch zuchten, dan weder jubelen; voortdurend in nieuwe tonen den hemelschen naam Vasitthi herhalende.

Zoodanig vond Somadatta mij toen hij eenige uren later weer binnentrad met het beeld in handen. De balspelende verwoestster van je gemoedsrust heeft ook gedicht zei hij, maar veel beteekenis kan ik er juist niet

Sluiten