Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven aan den steilen rotswand eener kleine kloof een terras gelegen was. Met behulp van een bamboes waarmede wij ons voorzien hadden, klauterden wij nu tegen den rotswand op; daarbij behendig gebruik makende van ieder klein uitsteeksel. Vervolgens klommen wij met gemak over den muur en bevonden ons op een groot, met palmen, acokaboomen en prachtig bloeiende planten versierd terras, dat zich in den maneschijn voor ons uitstrekte.

Niet ver van ons verwijderd ontwaarde ik de Lakshmigelijkende, gazellenoogige, die met mijn hart bal had gespeeld. Zij was gezeten op een bank aan de zijde van een jong meisje en op dit gezicht begon ik zoo hevig aan alle ledematen te beven, dat ik mij moest steunen tegen de marmeren borstwering, wiér koelte mijn alreeds door koortsgloed bevangen zinnen verfrischte en sterkte. Inmiddels was Somadatta op zijn beminde toegesneld, die onder een zwakken kreet opsprong.

Nu had ik in zoover mijn moed verzameld, dat ik de onvergelijkelijke kon naderen. Ook zij was ijlings van de bank opgerezen, alsof zij verrast was door de aankomst van een vreemdeling en scheen in tweestrijd te zijn of zij zou blijven of heengaan. Haar oogen, die geleken op die eener verschrikte gazelle, wierpen uit den buitensten ooghoek eenige schuchtere blikken naar mij, terwijl zij beefde als een riet in den wind. Wat mij betrof, mijn verwarring werd steeds grooter en slechts met moeite vermocht ik eenige woorden te stamelen over het onverwachte geluk haar te mogen ontmoeten.

Sluiten