Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zij echter bemerkte hoe bedeesd ik zelf was, scheen zij zich geruster te voelen. Zij zette zich weder neder* en met een beweging harer lotushand noodigde zij mij uit, naast haar plaats te nemen op de bank. Haar stem beefde eenigszins, maar klonk uiterst liefelijk toen zij mij verzekerde zeer gelukkig te zijn mij haar dank te kunnen betuigen dat ik haar met zulk een groote behendigheid den bal terug had geworpen, waardoor haar spel niet verstoord was geworden. Want ware dit het geval geweest, zoo zou haar geheele verdienste er door geleden hebben en zou de godin, die 'zij met zoo weinig geschiktheid geëerd had, vertoornd op haar zijn geworden.

Ik antwoordde, dat zij mij er geenszins voor had te danken, aangezien ik hoogstens weer goed had gemaakt wat ik zelf verschuldigd was. Daar zij niet scheen te begrijpen wat ik hiermede bedoelde, waagde ik het, haar te herinneren, hoe onze blikken elkaar ontmoet hadden, hoe dit haar in verwarring had gebracht en de oorzaak was geweest dat zij den bal missloeg. Hierop begon zij hevig te blozen en wilde op geenerlei wijze verklaren: wat het dan wel geweest was dat haar' zoo in verwarring had gebracht.

— Ik verbeeldde mij, vervolgde ik, dat mijn hoogstverrukte oogen zulk een bewondering uitstraalden, dat u er een oógenblik door werd afgeleid en daardoor den bal een verkeerden slag gaaft.

— Ei, wat praat u van bewondering, riep zij uit; u is immers gewend in uw geboorteplaats nog bekwamer balspeelsters te zien!

Sluiten