Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit dit gezegde bemerkte ik tot mijn vreugde dat men zich over mij onderhouden had en mijn woorden tot Somadatta haar getrouw waren overgebracht^Maar tevens werd ik ook warm en koud bij de gedachte dat ik mij bijna met geringschatting over haar had uitgelaten ; ik haastte mij daarom haar te verzekeren dat er geen woord waar was van hetgeen ik beweerd had; ik had slechts op die wijze gesproken om mijn zoet geheim niet te verraden aan den spiedenden blik van mijn vriend. Zij wilde dit echter niet gelooven, ten minste zij hield zich zoo.

In mijn ijver om haar te overtuigen, vergat ik nu gelukkig al mijn verlegenheid. Ik vertelde haar hoe de liefdegod op het oógenblik dat ik haar zag, zijn gebloemde pijlen op mij had afgeschoten en hoe ik overtuigd was, dat zij in een vroeger bestaan mijn vrouw moest zijn geweest, want hoe zou wel anders een zoo plotselinge en onweerstaanbare liefde kunnen ontstaan?

Maar indien dit het geval was, zoo moest ook zij in mij haar vroegeren echtgenoot herkend hebben en ook bij haar moest diezelfde liefde zijn ontloken.

Met dergelijke vermetele woorden drong ik haar zoodanig in het nauw, dat zij ten slotte haar gloeiende, van tranen vochtige wang aan mijn borst verborg en in nauwelijks verstaanbare woorden bekende dat het haar evenzoo was gegaan en dat zij zeker gestorven ware, indien haar zoogzuster niet ter rechter tijd haar beeltenis had gebracht.

Hierop kusten en omhelsden wij elkaar ontelbare malen en waren bijna bedwelmd van zaligheid, toen plotseling

Sluiten