Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gedachte aan mijn onmiddelijk te wachten staand vertrek een zwarte schaduw over mijn geluk kwam werpen en mij een diepen zucht ontlokte.

Verschrikt vroeg Vasitthi wat mij overkwam en toen ik haar de oorzaak vertelde, zonk zij als bewusteloos neder op de bank, onder een niet te stelpen tranenvloed en hartbrekende zuchten.

Vergeefs waren al mijn pogingen om de geliefde te troosten. Ik verzekerde haar, dat zoodra de regentijd voorbij was, ik terug zou keeren en haar nooit meer verlaten; al zou ik ook als daglooner in Kosambi mijn brood moeten verdienen; het had evenwel niet de minste uitwerking, evenmin als mijn herhaalde verzekeringen dat mijn wanhoop over de scheiding even groot was als de hare en dat slechts de harde, onverbiddelijke noodzakelijkheid mij zoo spoedig van haar zijde vermocht te scheuren. Het was met de grootste mspanning dat zij onder haar tranen een paar woorden te voorschijn wist te brengen om mij te vragen, waarom het dan zoo noodzakelijk was dat ik reeds morgen moest vertrekken — juist nadat wij elkaar gevonden hadden. En toen ik haar dit zeer nauwkeurig en omstandig had pogen duidelijk te maken, scheen zij er geen woord van gehoord of begrepen te hebben. Ach, zij kon wel zien dat ik terug verlangde naar mijn geboorteplaats, waar veel schoonere meisjes waren dan zij en die ook beter konden balspelen, zooals ik immers zelf beweerd had.

Wat ik dan ook zei, beweerde en bezwoer — het bleef slechts bij een bestendig rijkelijker tranenstroom.

Kan men zich er dan over verwonderen dat ik weldra

Sluiten