Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen de gezant zelf binnentrad. Verschrikt sprong ik op en boog diep voor hem, terwijl hij mij met een tamelijk barsche stem vroeg, wat dit onbegrijpelijke gedrag te beteekenen had. Ik had hem onverwijld te volgen.

Terwijl ik nu wilde gaan spreken over mijn nog niet afgedane zaak, viel hij mij gebiedend in de rede:

— Och wat," zaak! Laat het nu genoeg zijn met die leugens. Ik weet heel goed wat het voor zaken zijn die een jonge knaap voor heeft, wanneer hij onverwachts een stad niet verlaten kan — zelfs al had ik niet gezien dat de ossenkarren toch geheel beladen en aangespannen op het plein staan.

Daar stond ik nu bloedrood en bevend als iemand die op heeterdaad betrapt wordt. Maar toen hij mij nu gebood hem oogenblikkelijk te volgen, daar er alreeds te veel van de zoo kostbare koelte van den morgenstond verloren was gegaan, ontmoette hij een tegenstand waarop hij niet voorbereid was. Van den bevelenden toon ging hij over tot den dreigenden en van dezen ten slotte tot den verzoekenden. Hij herinnerde mij er aan, hoe mijn ouders slechts daarom besloten hadden mij op zulk een lange reis uit te zenden, omdat zij wisten dat ik die, zoowel heen en terug, doen kon onder zijn machtigê bescherming.

Hij had echter geen reden kunnen aanvoeren die minder geëigend was voor zijn doel. Want dadelijk zei ik tot mezelf: Nu, dan zou ik wel moeten wachten totdat er weder een gezantschap naar Kosambi gaat, eer ik tot mijn Vasitthi terug kankeeren! Neen, ik wil mijn

Sluiten